Zomerprijsvraag

Omdat de zomermaanden zich minder lenen voor het oplossen van literaire puzzeltjes hebben wij voor de maanden juli, augustus en september iets geheel anders verzonnen. Wij vragen u ons (en elkaar) deelgenoot te willen maken van een vakantie-anekdote. In een columnachtige stijl met een maximum van een A-viertje. Dit zijn ca. 800 woorden.
Alle inzendingen krijgen een eervol plaatsje op onze website waar ze nog heel lang voor lezers beschikbaar zullen blijven. Omdat deze wedstrijd drie maanden duurt belonen wij de drie beste of meest originele verhalen met de PS-waardebon van 25 euro. Let wel: over de uitslag gaan wij niet met u in discussie! Inzenden van uw vakantieverhaal kan tot en met woensdag 28 september naar info@postscriptum.nl. Als u wilt mag u bij uw pennenvruchten een treffende foto voegen.
Om u een beetje op weg te helpen kunt u op onze website nu een column van onze medewerker Ruud Aret lezen.

 

Op vakantie in Tjechië!!! Door Loeka van Oeveren

 

Kent u die mop? door Marianne de Ranitz


Dit verhaal begint ergens in het voorjaar van 2003. Mijn vriendinnetje en ik maakten plannen voor een
korte vakantie. Beiden veel gereisd en gezien, maar nog steeds van alles op het verlanglijstje. Zo ook
Praag. Zou een stedentrip (met de trein) naar Praag, na alle overstromingen van augustus 2002 en de
schade die dat tot gevolg had gehad, wel mogelijk zijn? Een korte zoektocht op internet leerde ons dat
er probleemloos treintickets naar Praag te boeken waren. Boeken en gaan, dáchten we…
Het werd een reis als in: Kent u die mop van die meisjes die naar Praag gingen? Ze gingen niet!
Ik was vroeg op station Amsterdam Centraal, maar mijn vriendinnetje had minder geluk. De treinen
vanuit Eindhoven bleken niet te rijden en met de aangegeven omleiding zou ze te laat arriveren voor
de trein naar Praag. Haar vader wilde haar wel brengen met de auto, maar ja, in de avondspits over de
A2 naar Amsterdam is ook niet alles. Intussen stond onze trein naar Praag al een half uur lang op de
borden aangekondigd, zowel benenden in de stationshal als op het perron zelf.
Werkelijk buiten adem kwam mijn vriendin tegelijkertijd met een binnenrijdende trein het perron
opgerend. Gehaald! Onze trein was er… niet. De treinstelnummers correspondeerden niet met het
nummer op ons ticket. Nergens vonden we het treinstel naar Praag. Een conducteur gevraagd en die
vertelde dat de trein in Berlijn gesplitst zou worden en de treinstellen voor Praag elk moment binnen
konden rijden voor het aankoppelen.
U voelt ‘m al aankomen, niet dus. Wat doe je dan? Instappen in een treinstel naar Berlijn en in Berlijn
maar hopen dat je dan als nog naar Praag kan?
Eén minuut voor vertrek nog maar een keer vragen. Nu aan een andere conducteur. Tot onze stomme
verbazing kregen wij te horen dat er voorlopig nog geen treinen naar Praag reden!
De schade van de overstromingen was (zoals wij al dachten) nog niet hersteld dus er was al maanden
geen treinverkeer mogelijk! En hoe konden wij dan een ticket boeken, hoe kon de reis dan nog steeds
op de vertrekborden staan als dit al maanden zo was en voorlopig voortduurde? De mevrouw aan
het loket wist het ons niet te vertellen, maar kon wel geld terug geven en ‘doorgeven’ dat internet
aangepast moest worden (dit bleek overigens een maand later nog steeds niet gebeurd).
Onze frustratie snel aan de kant gezet. We besloten naar Schiphol te vertrekken voor een last minute,
dáchten we… Daar aangekomen waren alle balies dicht, dus geen last minute.
In de trein naar huis zagen we een aantrekkelijke advertentie in de krant voor een beautyarrangement
in Egmond. Vol goede moed gebeld, en ja hoor, er was nog plek! Daar waren we aan toe!
Een hele dag beautybehandelingen met bijbehorende hotelovernachting en ontbijt werd geboekt.
Maar u voelt het al, ook dit werd een bizarre onderneming! De behandelingen (gezichtsreiniging,
algenpakking, massage) waren heerlijk. Tussen de behandelingen door lagen we in onze badjassen
in de relaxruimte. Plotseling werden we opgeschrikt door een cameraploeg! Drie mannen met van
die blauwe plastic hoesjes om de schoenen! De lokale TV maakte opnames in het naastgelegen
partycentrum waar op dat moment het NK biljart voor verstandelijk gehandicapten gaande was!
Het beautycentrum filmen was zo leuk voor het contrast! Met de rust was het toen echt wel gedaan.
Wederom lieten wij ons niet uit het veld slaan. Rozig en schoon gingen we in het centrum van
Egmond uit eten bij een Italiaan. En ja, voelt u ‘m al? Het dessert hebben we niet meer afgewacht.
De combinatie van veel olijfolie bij de Italiaan en de algenpakking -wat een ‘heilzame’ werking heeft
op de darmen- van die middag, maakte dat onze darmen acuut van slag waren.
Met spoed terug naar het hotel en daar niet meer van de wc afgekomen. We waren zo beroerd dat we
zelfs het ontbijtbuffet aan ons voorbij moesten laten gaan!
Als klap op de vuurpijl kregen we telefoon dat oma uit Alkmaar een hartinfarct had gehad! En omdat
we toch in de buurt waren haar maar meteen in het ziekenhuis bezocht.
Een jaar later. Een wedstrijd bij mijn telefoonaanbieder: win een stedentrip; omschrijf in maximaal
150 woorden met wie je wil bijpraten en waarom. Ik wilde met mijn vriendinnetje bijpraten over de
reis naar Praag, hoe komen we er dan wel? Met een gewonnen ticket?
Ik werd één van de winnaars en kreeg een stedentrip naar keuze t.w.v. 600 euro!
U weet wel, met een meneer op de stoep, een reuzencheque van plastic, bloemen en een fotograaf!
En kent u die mop van die meisjes die naar Praag gingen? Ze gingen naar New York!!
En Praag? Ik ben er tot op dag van vandaag nog nooit geweest! Oma leeft overigens nog steeds.

 

Een goed boek  door Meta Vrij

Ik ben zo’n oma die vindt dat haar kleinkinderen later moeten kunnen zeggen: “Toen ik klein was ben ik een keer met  mijn oma en opa mee geweest naar de Tour de France”.
Toen we dan ook deze zomer in Sainte-Catherine de Fierbois waren, was de gelegenheid daar.
Een uurtje rijden en we waren in Orbigny , een klein Frans dorpje waar de karavaan langs zou komen.
We gingen eerst met kleinzoon Coen een piepklein barretje binnen waar wij koffie konden drinken en hij limonade kreeg met een zakje Franse chips.
Er heerste een gezellige drukte en opwinding in het barretje, er werd veel wijn gedronken en aan de lopende band werden er hamburgers en worstje bij genuttigd.

Gelukkig hadden we stoeltjes meegenomen, want we vermoeden wel dat het een lange zit zou worden en dat was ook zo.
Kleinzoon had zijn DS meegenomen en doodde de tijd met spelletjes spelen op het apparaat .
Helaas was de batterij leeg na verloop van tijd, wat nu ? Binnen de kortste keren haalde oma Dolfje Weerwolfje te voorschijn en waren we helemaal verdiept in de avonturen van Dolfje, die af en toe wel heel spannend waren.

Plotseling nam de spanning onder de omstanders ook toe: de reclame-karavaan kwam er aan!
Opa stond gelukkig op een goede plaats en maakte heel wat items buit, zoals petjes, zakjes Madeleines, een slaapmuts van het Etap-hotel snoep, ratels, pennen en nog veel meer.

Nu moesten de renners nog komen, maar die hadden kennelijk niet veel haast, na weer een paar hoofdstukken uit Dolfje Weerwolfje kwamen ze eraan, bij het leidersgroepje van 4 zagen we geen Rabo-renners. (dachten we)
Toen flitste het peleton voorbij, waaronder de gele trui.Hij behoorde tot de laatste drie , hetgeen grote opwinding onder de Fransen veroorzaakte .

“Wat vond je nou het leukste van de Tour de France?”,vroegen we gaan Coen .
“Dat Dolfje ook met vakantie ging met de kinderen van zijn klas”, zei Coen.

Zo zie je maar weer, zelfs de Tour de France kan niet op tegen een goed boek.


Twee uur rijden, kwartiertje rust  door Daniëlle Telg


Zolang ik mij kan herinneren, gingen wij als gezin met de auto op vakantie. Ik ben ook heus wel met het vliegtuig weggeweest, maar de eerste keer dat ik vloog, was ik twintig. De autovakanties brachten ons naar Italië, Oostenrijk, Duitsland, en al dat soort van exotische bestemmingen. Waar wij, mijn zus, broer en ik, het meest naar uitkeken waren de stops
onderweg, na twee uur rijden. Dan ging de achterklep open en verscheen de koelbox. Deze bewaarde al het lekkers voor de dag. En zo hebben wij vele jaren genoten van deze reizen.
Ik ben lang met mijn ouders mee geweest op vakantie, en omdat ik de jongste was van het stel, waren de andere twee het nest inmiddels ontvlogen, en ging ik samen met mijn
ouders. Ik was drieëntwintig toen we met ons drieën naar Italië gingen. Een heerlijke vakantie, overigens. Maar wat vreemd genoeg het langste bij is gebleven, is toch echt een van de meest
onbeduidendste bezigheden waar wij ons als mens mee bezig houden, namelijk even een plas doen. Ik wek misschien de indruk dat plassen niet belangrijk is, maar begrijp me niet verkeerd.
Plassen is heel belangrijk. Want stel dat je heel nodig moet maar je kunt niet. Dan heb je toch echt een probleem, je kunt aan niets anders meer denken dan aan plassen. Maar het is ook
weer niet zo belangrijk dat je er met anderen over gaat praten. Zo van: o meid, ik heb vanochtend toch zo lekker geplast. Nee, dat doe je niet. Waarom niet? Iedereen plast. Een paar keer per dag, als het goed is. En het is ook nogal privé. Het is niet voor niets dat je jezelf in een klein hokje opsluit om vervolgens te doen wat je moet doen. Dat hoeft niemand te zien. Afin, we waren dus op weg van Gardameer richting Florence. En het was weer tijd voor een stop. En dan neem je uiteraard de gelegenheid te baat om het overtollige vocht af te laten vloeien. Ik denk dat er bibliotheken vol geschreven kunnen worden over welke soorten toiletten je hebt maar deze had ik nog niet eerder meegemaakt. Je zou bijna denken dat het een volautomatisch, met een intelligentie behept toilet is. Het toilet hing boven een gaas/hekwerk achtige grond. En terwijl ik mijn rokje op sta te hijsen begint spontaan het toilet te spoelen. Ik was blijkbaar niet snel genoeg. Maar alsof het nog niet genoeg is begint ook de grond te spoelen, onder het gaas/hekwerk. Ik vermoed dat dit ontwerp gemaakt is speciaal voor mensen met ‘vreemde-toiletten-angst’. Dat zijn mensen die alleen thuis kunnen. Dus als het te lang duurt, volgens het toilet, begint alles te stromen. Ja, dan wil je zelf ook wel met zoveel water om je heen. En hang je eindelijk boven het toilet, spoelt alles nog een keer, om zeker te weten dat je zelf ook elk druppeltje eruit weet te persen. Goed, kwijt is kwijt, denk ik dan maar, en afvegen maar. Verhip, het toilet papier is op. Gelukkig heeft een barmhartige Duitse wat zakdoekjes achtergelaten. Zo attent! Ondertussen spoelt alles nog een paar keer na, wanneer je jezelf probeert te fatsoeneren. Het lijkt wel alsof ik tussen de Niagara watervallen sta. Uiteindelijk kan ik het vochtige hok weer verlaten en hoef ik alleen nog maar mijn handen te wassen. Allereerst voer ik dan natuurlijk een koude oorlog met het volautomatische zeeppompje. Na enige tijd komt er volautomatisch zeep uit. Ik sta mijn handen ijverig in te smeren, en houd dan mijn handen onder de volautomatische kraan die besluit, in tegenstelling tot het toilet, niet te spoelen. De vraag is altijd met zo’n ding, waar is de sensor? Dus na allerlei raar uitziende bewegingen, besluit de kraan uiteindelijk te werken. En dan ook op zo’n manier, alsof er een hogedrukspuit aan wordt gezet. Ik zie eruit alsof ik heb gezwommen, met kleding aan. En dan te bedenken dat ik alleen maar een plas moest doen. Zoiets gewoons. De taak is volbracht. Ik kan uitrusten in de auto. Op naar de volgende stop.

 

Freerk Duindam

Het was warm die dag, nee niet warm, maar snikheet. De verzengende hitte zorgde voor verwarring in mijn hoofd. De kwabben in mijn hersenpan,wel wat gewend, raken los van hun vaste geijkte patronen.Gedachten en gevoelens worden lomer, passiever, langzamer, gekker en gedurfder. Druppeltjes transpiratie vocht rolden als kleine watervalletjes over mijn gezicht naar mijn hals en nek. Weg vegen had geen enkele zin. Mijn over verhitte kale kop nodigde uit tot het bakken van een eitje.
Op de camping in Valras-Plage in Zuid-Frankrijk zaten mijn zoon en ondergetekende zo wat bij elkaar elkaar verhalen vertellend over vakantie belevenissen, ter afwisseling van een potje scrabble of yahtzee. We kwamen tot de conclusie dat we iets moesten verzinnen waarbij we de hitte te slim af zouden zijn. De vakantie was tot dan toe te warm en te gezapig geweest. Er moest iets gebeuren, iets spannends. De zichtbare warmte stralen moesten doorbroken worden als een vliegtuig die van het ene op het andere moment van de warme luchtstroom in de koude luchtstroom terecht zou komen. Mijn zoon idolaat van vaart en snelheid wat gelijke tred houd met zijn leeftijd en ontwikkeling. Jonge mensen willen altijd vooruit. Oudere mensen willen het liefst stil blijven staan. Kon ik maar altijd 45 blijven. Hij kon minuten lang op het strand met afgunst en opwinding naar de voorbij razende Jetski’s kijken. Wel een beetje duur vond hij, 60 euro voor 20 minuten. Dat ging van zijn gezins vakantie budget af. En daar zou hij alleen van kunnen genieten. Altijd een gevoelig punt. Sociaal als mijn zoon is, zou hij liever zijn kinderen mee willen laten genieten voor die 60 euro. Ik stelde hem voor dat ik bij hem achterop de Jetski zou gaan mee liften en dat we de kosten dus zouden delen. Zo gezegd, zo gedaan. Even daarna werd het nog warmer in mijn hoofd. Wat had ik eigenlijk toegezegd? De constructeur van het amfibie voertuig zal vast niet de doelgroep 65+ in z’n gedachten gehad hebben toen hij op z’n zolderkamertje midden in de nacht aan het ontwerp zat te broeden om z’n uitvinding in de markt te zetten en om z’n carrière als miljonair te vestigen.
Waarom wilde ik mij als een snelheidsduivel laten voortrazen midden op die grote waterplas. Mijn zoon sprak maar steeds over”kicken”, het kickgevoel. Jeugdige communicatie terminologieën, dacht ik nog, het zal wel. Wilde ik hem helpen om vanwege die 60 euro zijn schuldgevoel op te laten lossen in die kolkende zoute watermassa? Nee, ik wilde dat kickgevoel ook wel eens aan den lijve ervaren. Als recht geaard calvinist zou en kon ik eigenlijk nooit zo maar dingen doen uitsluitend voor de fun, het plezier. Als in een reflex bij heldere hemel dacht ik op eens aan de paling die mijn vader altijd kocht op de kermis in ons dorp vroeger. Maar geld uitgeven om in een zweefmolen dan wel draaimolen te gaan zitten was er niet bij, kind of geen kind.
Na de toezegging om samen op de waterscooter de zee te doorkruisen was ik toch wat nerveus geworden vanwege de snelheid en de bij voorbaat gevoelde kolkende massa in mijn maag- en darmstelsel. De zee zou echter gemakkelijk kunnen dienen als de grote kots emmer, waarbij er dan geen sporen achter zouden blijven. Op het strand aangekomen zag ik snel huppelende mensen die tevergeefs probeerden de zandkorrels te ontlopen vanwege de hitte. Een komisch clownesk gezicht. Ik trok mijn reddingsvest aan bij de gedachte dat een liefkozende verdwaalde dolfijn altijd wel bereid zou zijn om mij terug naar de branding te brengen. Mijn zoon robbin sprong als een balletdanser op het apparaat. Mijn sprong kracht was uiteraard aanzienlijk minder als 65 jarige, maar na enkele pogingen zat ik dan toch op de Jetski. Als een verliefde puber, die haar vriend vast houd achter op de brommer, omklemde ik mijn armen om de middel van mijn zoon. Er zijn maar weinig momenten dat een vader zijn zoon zo liefdevol vasthoud. De motor werd gestart en als een vliegtuig dat zijn wielen intrekt scheurden wij over het water. De zee had geen enkele kans.  Golven werden gebroken, kapot gesneden als in de beste James Bond film. Water, water en nog eens water werd metershoog opgezweept. Ik werd van mijn buddy zadel omhoog getild. Ik kreeg op eens spijt, maar kon niet meer terug. Mijn zoon scheurde alsof hij op Zandvoort in de nieuwste formule 1 reed. Harder, bochten werk, even minder gas geven om vervolgens in 2 seconden weer keihard voort te razen. De 20 minuten waren om voor ik er erg in had. Mijn zoon maakte uiteraard wat grappen toen hij mijn angstige gezicht zag. Geen dolfijn gezien grapte ik terug. Eenmaal weer terug op het strand voelde ik mijn lichaam of mijn organen nog wel op de goede plek zaten. Pa, riep mijn zoon, vergeet volgend jaar je niergordel niet.

 

Een bezoekje aan Montolieu,  le village du livre  door Ria Lagerwaard.


Samen, mijn partner, de caravan en ik gingen we met vakantie naar Frankrijk, dat prachtige land waarvan ik vind dat het bijna helemaal, behalve de grote steden, uit een natuurpark bestaat.
We belanden in de Limousin en toevallig zag ik bij het office du tourisme een folder van het boekendorp Montolieu. Nu heeft alles wat met boeken en lezen te maken heeft mijn onverdeelde aandacht want lezen en boeken zijn mijn grote  hobby.
Daar moest ik naar toe en wel zo snel mogelijk. Op een zaterdag was het dan zover, we reden langs grote druivenvelden ( wat veelbelovend was) en nog veel meer groen.Het dorp ligt niet zo hoog maar wel idyllisch. Met de welbekende Franse kronkel - en hobbelwegen maar daar zijn we aan gewend.
Het dorp heeft ongeveer 25 boekenwinkels en antiquariaten. Heerlijk om in rond te snuffelen en na enig gesnuffel kwamen we bij een vrij jonge man terecht met een mooie bos krullen die tot een staart in zijn nek gebonden was. Ik begon een praatje in mijn beste Frans en wat bleek, hij was een Hollander, heette Theo en woonde al een tijd  Frankrijk. Op mijn vraag of hij ook Nederlandse boeken had kwam Theo na enige tijd  zoeken terug met een boek van de schrijver  Leonard van Veldhoven. Ik had nog nooit van hem gehoord maar dat is nu voorbij.
Het boek heet "De witte hemel" en gaat over Patagonie.  Daar woonden vroeger de Marquesanen en van Veldhoven gaat in dit boek op zoek naar nazaten van deze bevolking.
Hij schreef meerdere boeken over Zuid Amerika , speciaal over de onherbergzame gebieden waar hij doorheen reist en verhaalt dan over wat hij daar allemaal meemaakt en is erg geinteresseerd in de bevolking en hun levensomstandigheden.
Een interessant boek dus, ik houd erg van dit genre.
Verkocht  en toen  zei Theo," De schrijver is een vriend van mij en woont hier ook in Montolieu."  Samen met zijn vrouw  Annemiek. ( dat is niet haar echte naam ) .
"Oh, gaaf en denk je dat ik hem kan gaan vragen om het boek te signeren?" vroeg ik .
"Natuurlijk," zei  Theo, "ik weet zeker dat Leonard dat leuk zal vinden." Hij gaf ons het adres.
Ik was helemaal opgetogen, dat kun je begrijpen. Het adres was niet zo moeilijk te vinden en we belden aan. De man die open deed was de schrijver want ik herkende hem van de foto op de achterkant van het boek. Hij keek ons verbaasd aan, dacht natuurlijk wat moeten die vreemde snoeshanen van mij en snel legde ik hem uit hoe we aan zijn adres kwamen en dat ik graag een handtekening in het boek zou willen hebben.
"O," zei de heer van Veldhoven, "dat doe ik eigenlijk nooit. "  
"Oeps," dacht ik, nu doet hij vriendelijk maar beslist de deur dicht, maar nee hoor, vriendelijk en beslist pakte hij het boek aan en zei:"Maar nu zal ik het wel doen, hoor. "  
Wat een schat toch, hè. Ik was opgelucht .
Terwijl we stonden te wachten kwam een blonde vrouw onze richting uit en liep naar de deur.
Toen ze vlakbij was flapte ik er ineens uit: "U  bent natuurlijk  Annemiek?" Verbaasd beaamde ze dat en ik legde gauw uit wat we hier voor haar deur deden, ze moest er hartelijk om lachen.
Na de signeersessie liepen we nog wat door het dorp en kwamen bij een museum met van alles over boeken .  De deur was open maar er was niemand te zien dus gingen we maar naar binnen. Ook na een tijdje gewacht te hebben kwam er niemand dus hebben we onszelf maar rondgeleid. Er stonden wat drukpersen en letterbakken en nog wat spul dat we niet kende maar er was niemand om wat aan te vragen. Een apart museum, hoor!!!
Boven was nog een zaaltje waar volgens ons een boekbespreking aan de gang was, er stond een man in het midden en om hem heen zaten mensen, allemaal met  een boek op schoot.
Zachtjes hebben we het museum maar verlaten want we wilden niet storen. Volgens mij hebben ze ons helemaal niet gezien of gehoord.
Toen vonden we het tijd worden om een restaurant te gaan zoeken, want van alle emotie`s krijg je maar dorst, vooral in het warme  Frankrijk.
Het  was een welbestede,  heerlijke dag.
 

Lopen of achter het stuur?  door Ruud Aret

De auto bracht ons naar het bergdorpje Charakti, ongeveer 600 meter boven de zeespiegel die het Griekse eiland Kefalonia omringt. Van daaruit zou een pittige wandelroute slingeren die ons naar de top van de Soros zou leiden, een klim die 1000 meter hoogteverschil ging overbruggen. De Soros prijkt in het midden van het natuurgebied de Enos. De aankondiging in een plaatselijk aangeschaft reisgidsje dat het gebied voornamelijk bewoond wordt door zeldzame zangvogels, imposante roofvogels en uilen en een ontmoeting met een slang tot de mogelijkheden behoorde, bracht ons in het genoemde bergplaatsje. De huurauto, een Kia Picanto, die nog maar 300 afgelegde kilometers op de teller had staan, kreeg onderweg zijn eerste regenbuitje te verduren.
In Charakti bevond zich een toeristenbord en heel duidelijk meanderde daarop een stippellijn die bewandeld leek te worden door een mannelijke wandelaar, natuurlijk met wandelstok. Het kerkje op de kaart bevond zich aan de andere zijde van de weg op een afstand van nog geen tien meter. Daartussen een smal pleintje met een pittoresk verlaten bankje waarachter drie ongeschoren eilanders zich druk gesticulerend met politieke bezuinigingen bezig hielden. Het gesprek van de dag voor elke Griek!
Zouden zij mij kunnen en willen verklappen waar de wandelroute zijn startplek heeft? Ik zou aanvangen met signomi en vervolgens in het Engels mijn vraag voortzetten en stak de weg over. Maar wat is enger dan benaderd te worden door een gladgeschoren Hollander die ongewapend en in zijn eentje de weg komt vragen. Eén toerist die zich vanuit ooghoeken bekeken wist door drie robuuste Kefaloniërs en die het voor elkaar kreeg dat de drie plotseling hun hoog oplopende gesprek afbraken en zonder van elkaar afscheid te nemen in drie automobielen dè ontmoetingsplaats
van het plaatsje Charakti ontvluchtten. Zo win je oorlogen, bedacht ik mij.
Ondertussen regende het niet meer. Wel verborg de top van de berg zich regelmatig in donkere wolken en rommelde het in de verte. Vooral de aankondiging van onweer bracht ons van ons plan af de berg op te gaan. Toch trokken wij de veters van de wandelschoenen aan, gespten de rugzakken om de schouders en controleerden onze voorraad water. Laten wij eerst maar het beoogde wandelpad zien te vinden en te ontdekken of het vlakke gedeelte naar het eerstvolgende dorpje Xenopoulos, wat volgens mij zoiets als 'vreemde kip' betekent te overbruggen zou zijn.

Hij leek de enige inwoner van Charakti die op deze zondag zich buiten waagde. Opvallend daarbij was dat hij een herdershond aan de lijn hield. Opvallend omdat je zelden ziet dat de Griek zijn huisdier uitlaat. Of het dier loopt los en doet zijn behoefte waar het wilt of het is geketend en pist en schijt waar het in zijn beperkte mogelijkheid ligt. Deze dertiger vroegen wij of hij ons het wandelpad zou kunnen wijzen.
'Wandelpad? Waar naar toe? Xenopoulos? Nooit van gehoord!' En dit terwijl X. maar een kleine vijf kilometer hemelsbreed verderop moest liggen. Maar dit was wel een vriendelijke Griek die ooit een vakantie had beleefd in Nederland. Bovendien was hij geschoren! Wij raakten in gesprek.
'De berg op? Jullie zijn toch op vakantie, de berg op is hard werken, hoor!'
'Jawel, maar wij vinden het leuk om te lopen.'
'En wat wil je dan zien, er zijn alleen maar bomen.'
Hij was ons duidelijk aan het ontmoedigen. Wij wezen op het toeristenbord, prikten vingers op de wandelroute en wezen naar een pad dat wij ervan verdachten de aanzet te zijn naar het onbereikbare Xenopoulos. Maar volgens onze nieuwe vriend ging dat pad niet verder dan het zichtbare kapelletje waarnaast zijn overleden dorpsgenoten de eeuwigheid zijn ingegaan. Waarschijnlijk was hij zelf nooit verder gekomen!
Hij vroeg ons hoe wij in Charakti waren gekomen.
'Met de auto,' antwoordden wij en wezen naar de gloednieuwe grijze Kia.
Een meewarige lach krulde rond zijn mond en hij sprak de onvergetelijke woorden: 'Als je een auto tot je beschikking hebt dan ga je toch niet lopen.' Hij wachtte ons antwoord niet eens meer af en liep ons vooruit naar een zijweg en wees dwingend met zijn vinger. Weigeren was niet mogelijk. Met een handzwaai draaiden wij langzaam de weg in en bereikten een twintig minuten later op vier wielen de top van de Soros.

Juni 2011


 


De oplossing van de juni opgave

Bij vraag 1 vroegen wij u de foto aan te wijzen van de schrijfpartner van Nicci Gerrard waarmee zij het duo Nicci French vormt. Iemand antwoordde slechts Nicci French, maar vergat daarbij foto c. te vermelden. Dus beschouwden wij dit als een fout antwoord.
Na het winnen van de Librisliteratuurprijs liep het geen storm op het boek De maagd Marino van Yves Petry. Hieruit volgend: niet veel lezers zullen de passage herkend hebben. Maar Petry was de enige prijswinnaar van de drie afgebeelde omslagen. Foto c. dus.
Vraag 3 leek ons ook een moeilijke. In het brieffragment noemden wij de naam Dick van Duijn. Dick was getrouwd met Annie M.G. Veel volgers van de televisieserie over het leven van Annie en de lezers van haar biografie zullen dit geweten kunnen hebben. Dus foto b.
Het meest hartverscheurende boek van 2011 is A. F. Th. Van der Heijdens roman Tonio. Tonio overleed tijdens het Pinksterweekend van 2010 na een verkeersongeval. Tonio was een talentvol fotograaf in opleiding en voor een project liet hij zich in een niet geheel luizenvrije Oscar Wildachtige jas fotograferen. Deze foto prijkt ook op het omslag van de roman. Het was foto a.
Willem Snoek of Willem Austin. Zo zou de hoofdpersoon uit de nieuwe roman van Herman Brusselmans roman Van drie tot zes geheten kunnen hebben. Echter Brusselmans koos voor Willem Zundapp. En dat was foto a.


Deze maand dus een klein aantal goede inzenders. Hieruit hebben wij Annet van Dijk getrokken en zij wordt uitgenodigd de Post Scriptumwaardebon van 25 euro bij onze winkel af te halen.
En natuurlijk onze hartelijke felicitaties en complimenten voor de getoonde boekenkennis.

Een goed boek

 

Ik ben zo’n oma die vindt dat haar kleinkinderen later moeten kunnen zeggen: “Toen ik klein was ben ik een keer met mijn oma en opa mee geweest naar de Tour de France”.

Toen we dan ook deze zomer in Sainte-Catherine de Fierbois waren, was de gelegenheid daar.

Een uurtje rijden en we waren in Orbigny , een klein Frans dorpje waar de karavaan langs zou komen.

We gingen eerst met kleinzoon Coen een piepklein barretje binnen waar wij koffie konden drinken en hij limonade kreeg met een zakje Franse chips.

Er heerste een gezellige drukte en opwinding in het barretje, er werd veel wijn gedronken en aan de lopende band werden er hamburgers en worstje bij genuttigd.

 

Gelukkig hadden we stoeltjes meegenomen, want we vermoeden wel dat het een lange zit zou worden en dat was ook zo.

Kleinzoon had zijn DS meegenomen en doodde de tijd met spelletjes spelen op het apparaat .

Helaas was de batterij leeg na verloop van tijd, wat nu ? Binnen de kortste keren haalde oma Dolfje Weerwolfje te voorschijn en waren we helemaal verdiept in de avonturen van Dolfje, die af en toe wel heel spannend waren.

 

Plotseling nam de spanning onder de omstanders ook toe: de reclame-karavaan kwam er aan!

Opa stond gelukkig op een goede plaats en maakte heel wat items buit, zoals petjes, zakjes Madeleines, een slaapmuts van het Etap-hotel snoep, ratels, pennen en nog veel meer.

 

Nu moesten de renners nog komen, maar die hadden kennelijk niet veel haast, na weer een paar hoofdstukken uit Dolfje Weerwolfje kwamen ze eraan, bij het leidersgroepje van 4 zagen we geen Rabo-renners. (dachten we)

Toen flitste het peleton voorbij, waaronder de gele trui.Hij behoorde tot de laatste drie , hetgeen grote opwinding onder de Fransen veroorzaakte .

 

“Wat vond je nou het leukste van de Tour de France?”,vroegen we gaan Coen .

“Dat Dolfje ook met vakantie ging met de kinderen van zijn klas”, zei Coen.

 

Zo zie je maar weer, zelfs de Tour de France kan niet op tegen een goed boek.