• Tel: 010 4712313
  • Hof van Spaland 31
  • 3121 CA Schiedam

Péter Gárdos - Ochtendkoorts

Kort na de dood van zijn vader, eind vorige eeuw, ontving Péter Gárdos uit handen van zijn moeder twee stapeltjes brieven. Eén met brieven van zijn vader aan zijn moeder en één andersom. Een correspondentie die zich afspeelde tussen september 1945 en februari 1946, kort na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog. Brieven die geschreven zijn in opvangkampen in Zweden waar overlevenden van de vernietigingskampen revalideerden, op adem en gewicht kwamen. Voor Gárdos een reden een mooie roman te schrijven die gebaseerd is op de overgeleverde brieven. Een roman over een liefde die niet op een gangbare wijze tot stand is gekomen.
In de roman vertelt zoon Peter het verhaal vanuit het perspectief van zijn vader, in Ochtendkoorts Míklos geheten. Geveld door een fatale tbc, de behandelende arts geeft hem maximaal zes maanden te leven, schrijft hij 117 vrouwen een identieke brief. Alle vrouwen zijn evenals Míklos van Hongaarse afkomst en in één van hen hoopt hij een uiteindelijke bruid te vinden. Honderden kilometers verderop wordt één zo’n brief gelezen door de Lili en zij besluit te reageren. Er zijn meer vrouwen die dit doen- met hen correspondeert Míklos ook een tijdje – maar vanaf het begin is er tussen de twee een klik. Met elke geschreven brief, met elk woord, neemt de liefde toe en dat zonder dat zij elkaar kennen of ooit gezien hebben. Na een paar maanden ziet Míklos kans een verlof van drie dagen te versieren om een ‘nichtje’ in een vrouwenkamp te bezoeken. Met zijn metalen noodgebit – zijn echte tanden heeft hij bij een verhoor verspeeld -, zijn ondervoede postuur dat verborgen wordt door een veel te ruimzittende jas en een met krantenpapier gerepareerde bril staat hij even later voor Lili die zich een hoedje schrikt en Míklos spontaan weggeeft aan haar vriendin Sara. Maar het beeld dat Míklos van Lili uit de brieven heeft gevormd, laat hem niet bedriegen. Deze drie dagen zijn cruciaal, zij nemen daar al het besluit met elkaar te willen trouwen.
In het kamp van Míklos scharen zijn vrienden zich rond hem, vooral zijn hartsvriend Harry laat een onvergetelijke indruk achter, echter zijn arts probeert hem te temperen met het oog op de geringe levensverwachting. In het vrouwenkamp echter lijkt een van de vriendinnen, Judit, verteerd te worden door afgunst.
In het verhaal van Péter Gárdos spreekt hij regelmatig over ‘mijn vader’. Lili wordt pas in het laatste hoofdstuk ‘mijn moeder’ genoemd. Zo volgt hij de grote initiator. Het romangedeelte wordt afgewisseld met authentieke brieffragmenten zodat het verhaal bungelt tussen biografie en roman.
Natuurlijk hebben de twee verliefden vreselijke meegemaakt in de kampen – hierover wordt slechts één pagina gewijd- , maar Gárdos wil veel meer laten zien, namelijk hoe twee mensen de verschrikkingen achter zich kunnen laten en een nieuw doel in hun leven stellen. Per slot van rekening zijn het twintigers. Nergens is het boek zoet of zeurderig. Het taalgebruik mag je sober noemen, soms een mooie zin als met stilte op een boom een besneeuwde tak wordt beschreven, maar de taal is overal ter zake doend. Humor en ontroering gaan hier hand in hand en ik voorspel op voorhand een groot lezerspubliek.


Uitgeverij Ambo Anthos
224 pagina's
€ 19,99

Beoordeling 8½