• Tel: 010 4712313
  • Hof van Spaland 31
  • 3121 CA Schiedam

Wilfried de Jong - Zweefduik

Er zijn niet zoveel schrijvers die het vermogen bezitten korte verhalen te schrijven die, eenmaal gebundeld, van een gelijkmatige kwaliteit zijn. Wilfried de Jong bezit die kwaliteit en dit komt vooral naar boven in zijn jongste bundel Zweefduik. Ondanks dat het een elftal verhalen bevat, heeft de inhoud niets met sport van doen. Het zijn verhalen, mogelijk episodes of anekdotes, uit het dagelijkse leven. Stoere mijmeringen van een tweetal jazzmuzikanten in Rit dat een autorit aan het toeval overlaat: rechtdoor, links- of rechtsaf wordt door een spel bepaald. Dat het verhaal ver overzee eindigt als één van de muziekmaten op zijn dood ligt te wachten is paradoxaal aan alle bravoure, maar de jazz blijft een bindmiddel met het leven.
Licht surrealistisch is het verhaal Hoed. Bij dit verhaal gaat een man op zoek naar de perfecte hoed. Wilfried de Jong schrijft alsof de man in kwestie een autodealer bezoekt die hem een auto gaat verkopen. De man krijgt telkens een hoed opgezet en mag daarmee een ‘proefritje’ maken. Als hij in een park een bankje passeert waarna twee daar gezeten jongens in lachen uitbarsten, weet hij niet hoe snel hij terug moet nar de hoedenwinkel. Uiteindelijk valt de keuze op een vilten exemplaar die hem wordt afgeraden door de verkoper. Daar moet iets achter zitten! Bij dit verhaal had ik sterk een beeld voor ogen van de werken van Magritte: De Wonderfluit of Le fils de homme.
Ontroerend is het verhaal waarin een oude man oppast op een 7-jarig meisje. “Ik denk dat u morgen doodgaat,” is de openingszin die uitgesproken wordt door het kind. Hoe deze generatiekloof te doorbreken? Misschien door een gek eigentijds verhaal voor het slapen te vertellen.
In vrijwel alle verhalen draait het perspectief volledig. Vergelijkbaar met het verhaal Rit is het slotverhaal Duik dat suggereert naar de titel van deze bundel. John en de verteller zitten in een Rotterdamse kroeg. John zit zich duidelijk moed in te drinken en dat mag ook wel want hij heeft het duistere voornemen om de komende nacht De Hef te beklimmen om daar vanaf te springen. Het moet een monument worden voor de vader van John die vele jaren hiervoor, maar wel in dezelfde nacht, in de Maas verdronk. De politie arriveert te laat om de sprong te voorkomen en onder een luid owahoe maakt John een reisje naar beneden.
De paradox zit in het vervolg. Jaren later ontvangt de vriend van John een briefje van hem. Een uitnodiging voor een herzien in een strandtent in Hoek van Holland. Er staat nog een waarschuwing bij: Kijk uit, ik ben een slak geworden. John heeft een beroerte gehad, is gekluisterd aan zijn rolstoel en kan niets meer. Evenals de jazzmuzikant is alle bravoure hem ontnomen en er zit niets meer anders op dan een de rolstoel door het zand naar de zee te slepen.
Zo maakt De Jong de cyclus in zijn bundel rond. De racefiets is in de fietsenkelder blijven staan, maar elk onderwerp dat hij aansnijdt bezit een visie op het alledaagse leven die de lezer vrolijk maakt en hem af en toe aan het denken zet.

Uitgeverij Podium
170 pagina's

€ 19,90
Beoordeling 8½​